Ik de stoep Ik ben de hoek Ik ben de trappen van het gangportaal Ik ben de put, ik ben de trut In het licht De lantaarnpaal Ik ben het aanrecht, ik ben de teil Ik ben de handdoek en de dweil Ik ben het kraken van de tree De bril op de plee Ik ben het bier, ik ben de koffie Het water uit de kraan De sla, het rundvlees en de levertraan Ik ben de zuur, kool, de spruit Ik ben de bami, de nasi De kroepoek Ik ben het vel Op de melk Ik ben de ballen In de soep Ik ben de stropdas, dikke das, de regenjas Ik ben de hoed, de bretels, het gebreide ondergoed Ik ben de schort, ik ben de jurk Ik ben de oorbellen Bustehouder, trouwring, jarretellen Ik ben de dreun, ik ben de kus Ik ben de treeplank van de bus Ik het kruis, ik ben het boek Ik ben de scheur In de zondagse broek Ik ben het getal en de tel Ik ben de fietsen en de bel Ik ben de ja, de amen Dank je wel Ik ben de dijk, de rivier De bedoeling en de smoes Ik ben de pier, de polder De appelmoes