Er is een dode gevonden in het Amsterdamse bos Uit zijn ogen kruipen beestjes in zijn oren groeit het mos zijn armen zijn verdwenen en zijn benen zitten los Ach, wie is die arme stakker in het Amsterdamse Bos De mensen zeggen zo gemakkelijk: Kijk een lijk! Maar wat mij nu intrigeert: Hoe heeft die man zich zo bezeert? Was hij gelukkig of verdrietig? Was hij arm of was hij rijk? Er is een dode gevonden in het bos van Amsterdam Ik vraag mij af hoe deze dode hier nu zo te liggen kwam Was het zijn hart of was het smart was hij doof, stom, blind of lam die arme dode stakker in het bas van Amsterdam De mensen zeggen zo gemakkelijk: Kijk een lijk! Maar wat mij nu intrigeert: Hoe heeft die man zich zo bezeerd? Was hij gelukkig of verdrietig? Was hij arm of was hij rijk? Misschien dacht hij toen ie leefde wel ach was ik maar vast dood Ik heb mijn vrouw, en ik heb mijn kinderen, ik heb mijn bromfiets, ik heb mijn brood. Maar mijn vrouw wordt oud en lelijk en de kinderen worden groot Van mijn brommer hou ik niks meer dan mijn jicht en een hoopje schroot. De mensen zeggen zo gemakkelijk: Kijk een lijk! Maar wat mij nu intrigeert: Hoe heeft die man zich zo bezeerd? Was hij gelukkig of verdrietig? Was hij arm of was hij rijk? Nu ik die dode goed bekijk, nu zie ik duidelijk wie het is Het is het vriendje van mijn vrouw als ik me niet ernstig vergis Ik heb erbarmen met zijn benen en zijn armen zijn verdwenen Had hij laatst die armen, armen waar men vrouwen uit mocht lenen? De mensen zeggen zo gemakkelijk: Kijk een lijk! Maar wat mij nu intrigeert: Wie heeft die man toch zo bezeerd? Hij was gelukkig, ik verdrietig? Maar nou hebben we 't omgekeerd!